Home » Tipsheets » Vroegtijdige Interventie Bij Beginnend Stotteren Kunnen Ouders Iets Do..

Tipsheet

logo

Vroegtijdige interventie bij beginnend stotteren: kunnen ouders iets doen om te voorkomen dat hun kind gaat stotteren?

Trefwoorden:
  • Therapie
  • Peuters
  • Stotteren
  • Beginnend Stotteren
  • Jonge kinderen
  • Vroegtijdige Interventie
  • Ontwikkelingsstotteren
  • Preventie
  • Ouders
  • Artsen
  • Doorverwijzing

Nog geen waardering


Quote

"“Help ons, we zijn bezorgd over het stotterend spreken van onze jongste zoon, maar we weten niet wat we moeten doen. De arts op het consultatiebureau zei dat we moeten afwachten, maar onze zoon stottert al meer dan drie maanden en het stotteren wordt alleen maar erger.”"

De feiten

• Ouders veroorzaken het stotteren niet.
• Ongeveer 4 % van de kinderen stottert een periode (incidentie) en ongeveer 1% van de totale bevolking stottert (prevalentie). Rond de 75 % van de stotterende kinderen herstelt weer.
• Stotteren ontstaat op (zeer) jonge leeftijd. 90 % van alle kinderen die ooit zullen stotteren, stottert al aan het eind van de kleuterperiode.
• Sommige kinderen lopen meer risico. Kinderen waarbij stotteren in de familie voorkomt, lopen een verhoogd risico. Wanneer bij kinderen met beginnend stotteren veel andere ‘stotteruitlokkende factoren’ spelen, is de kans dat stotteren zich ontwikkelt groter.
• 60 % van de jonge kinderen (voor het 4e jaar) is zich het stotterend spreken al bewust. Naarmate een kind zich meer bewust is van zijn niet-vloeiende spreken zal hij steeds meer anticiperen op het stotteren.
• Beginnend stotteren kan zich ontwikkelen tot een stotterprobleem
• Vroegtijdige interventie helpt. Verminderen van stotteruitlokkende factoren en beperken van de ontwikkeling van (aangeleerd) reactiegedrag maakt dat het stotteren niet sterk kan uitgroeien en (evt. spontaan) herstel kan worden vergemakkelijkt. Afwachten blijkt een slechte raadgever.
• Stottertherapie is maatwerk

Wat is het probleem?

De ouders weten vaak niet wat ze moeten doen: afwachten of ingrijpen. Maar …..afwachten blijkt een slechte raadgever. Ouders (maar ook consultatiebureauartsen) wachten vaak af omdat ze denken dat ‘alle kinderen wel eens stotteren, dat het erbij hoort’. Dit is onjuist.

Het is niet normaal wanneer kinderen een periode stotteren in hun spraak- en taalontwikkeling. Wel bestaat het dat een kind een periode minder vloeiend spreekt, er bestaat een periode van normaal onvloeiende spraak. Deze normale onvloeiendheden kenmerken zich door losse, spanningsloze herhalingen van kleine (functie)woordjes ‘in zijn geheel’: “De de de pannenkoeken zijn heel heel lekker mama .” Ook kan een kind wat aarzelen bij het zoeken naar woorden in (nog) lastige zinnen: “Als je ..als je.. met eh eh de de …raktet….raket …naar de maan gaat dan … ”
Beginnend stotteren kenmerkt zich door herhalingen binnen het woord: “A..a..a..a.ls ik gro..gro… groot ben g . g..ga ik naar school.” Geleidelijk hoor je bij stotteren dat het niet-vloeiend spreken zich verplaatst van kleine functiewoordjes naar betekenisvolle woorden in de zin: “De p..p…p ..pannenkoek is op.” Klanken kunnen worden gerekt en de spanning kan op de klanken toenemen. We spreken nu van beginnend stotteren. De kans dat het kind hierop gaat reageren, kan niet worden uitgesloten.

Een stotterend kind zal proberen het stotteren op te lossen door hard te duwen om het woord eruit te krijgen (vechtgedrag) of het stotterend spreken uit de weg te gaan (vermijdingsgedrag).Wanneer dit hem een paar keer lukt zal hij dit (aangeleerd) reactiegedrag vaker gaan gebruiken en wordt het niet-vloeiende spreken meer gespannen en steeds meer negatief geladen.

Wie loopt er risico?

0 - 20 jaar

Kinderen waarbij stotteren in de familie voorkomt, lopen een verhoogd risico. Wanneer bij kinderen met beginnend stotteren veel andere ‘stotteruitlokkende factoren’ spelen, is de kans dat stotteren zich ontwikkelt groter. Binnen de groep kinderen die stotteren blijkt 1/3 een problematische spraak- of taalontwikkeling door te maken Wanneer kinderen opgroeien met veel stress is dat voor geen enkel kind gezond. Motorische problemen en psychosociale werken ook niet mee. Wanneer kinderen geconfronteerd worden met veel emotioneel geladen gebeurtenissen, dus ook bij positieve emoties, zal het makkelijk opgewonden reageren. Het praten kan dan makkelijker met ontregelingen gepaard gaan en, bij aanleg, zal stotteren makkelijk op te roepen zijn.

Hoe wordt het erger? Kan het worden voorkomen?

Beginnend stotteren kan erger worden door stotteruitlokkende factoren. Dit zijn factoren die het stotteren kunnen versterken of uitlokken. De belangrijkste zijn spanning en snelheid. Spanning kan ontstaan wanneer het evenwicht verstoord is tussen wat een kind kan (capaciteiten) en wat er van een kind wordt gevraagd door de omgeving of door het kind zelf (eisen). Ook veel veranderingen in korte tijd kunnen meespelen bij het uitlokken van stotterend spreken. Daarnaast zullen bezorgdheid en irritatie van de omgeving over het spreken een kind het gevoel geven dat het iets fout doet en zo de spanning en dus de kans op stotteren vergroten. Vroegtijdige interventie helpt. Verminderen van stotteruitlokkende factoren en beperken van de ontwikkeling van (aangeleerd) reactiegedrag maakt dat het stotteren niet sterk kan uitgroeien en (evt. spontaan) herstel kan worden vergemakkelijkt. Met behulp van een goed afgestemde stottertherapie is veel winst te behalen.

Conclusie

Niet-vloeiend spreken bij jonge kinderen hoeft niet uit te groeien tot stotteren of tot een stotterprobleem. Tijdige interventie kan een hoop leed voorkomen. Wachten met hulp vragen blijkt een slechte raadgever. Het is raadzaam om het kind aan te melden bij een logopedist/stottertherapeut. Samen kan gekeken worden of hulp noodzakelijk is of dat er een vinger aan de pols gehouden kan worden.

Casus: Help ons! Bram stottert en we weten niet wat we moeten doen.

De ouders van Bram melden zich per mail bij de logopedist-stottertherapeut.

“We maken ons zorgen over onze zoon Bram. Bram is 2 ½ jaar. Hij kan al erg goed praten en kletst meestal honderduit. Bram herhaalt al enige tijd bij het begin van de zin het eerste woord gedeeltelijk. Hij heeft dit al eerder een periode gedaan maar dat is weer gewoon over gegaan. We dachten dat dit bij zijn ontwikkeling hoorde. Sinds 3 à 4 weken is dit herhalen aan het veranderen. Hij komt met regelmaat niet meer uit zijn woorden, niet alleen aan het begin van de zin maar ook midden in zinnen. Hij is zich hiervan erg bewust. Hij slaat dan zijn ogen neer, begint te fluisteren, kijkt naar beneden of doet zijn hand voor zijn mond. Als er iemand binnen komt dan stopt hij abrupt met praten en maakt hij zijn woord/zin niet meer af. Zijn zinnen worden steeds korter en hij benoemt/vraagt nu vaak iets met het woord ‘die’. Het lijkt net of hij minder goed gaat praten, alsof zijn taalontwikkeling terugloopt. Het is niet zomaar een paar keer per dag, maar bij elk communicatie moment aanwezig. Wanneer hij alleen met ons is, kan hij soms lange klinkers maken, hij lijkt dan wel te ‘zingen’. Omdat de vader van Bram stottert vragen we ons af of het verstandig is om een afspraak te maken. We vinden het erg moeilijk dat Bram zich er zo bewust van is en tegenwoordig minder praat, zeker waar anderen bij zijn.”
Tot zover de mail.

Gelukkig ziet de huisarts de ernst van de situatie goed in en geeft hij een verwijzing voor logopedie/ stottertherapie. Eerder op het consultatiebureau was de arts een andere mening toegedaan en werden deze ouders ‘gerustgesteld’ omdat Bram nog zo jong was. De ouders hebben hun gezond verstand gebruikt en wel een afspraak gemaakt. Ook al zouden ze liever willen gelóven dat afwachten beter was. De ouders hebben gelukkig ook nooit ‘geloofd’ dat Bram zijn vader zou imiteren, stotteren ontstaat niet door imitatie, wat men in de omgeving soms suggereert.
In de begeleiding van Bram zullen de gevoelens van de ouders zeker aandacht moeten krijgen. Bram heeft een andere persoonlijkheid dan zijn vader. De tijden zijn veranderd, de kennis omtrent stotteren, de kennis omtrent uitlokkende- en in standhoudende factoren is toegenomen. Ongetwijfeld zijn er nu meer mogelijkheden voor Bram dan er destijds waren voor zijn vader
Of Bram uiteindelijk blijvend zal gaan stotteren kunnen we niet voorspellen. Misschien wel wanneer we kijken naar de risicofactoren: familiaal voorkomen, sterk temperament, een jongen, erg goede spraak- en taalontwikkeling, bezorgde ouders … Wanneer deze zelfde factoren echter in positieve richting gebruikt kunnen worden, kan wellicht voorkomen worden dat Bram ernstig stotteren zal ontwikkelen. Misschien blijft hij wat stotteren, maar hij ontwikkelt gelukkig geen stotterprobléém.
(de naam is om privacyredenen gefingeerd)

Meer informatie

Jan Bouwen

Nederlandse Federatie Stotteren
Postbus 80
3860 AB Nijkerk

Telefoon: 030-2333336
Email. nfs@stotteren.nl
http://www.stotteren.nl

Tips voor Scripts is een initiatief van:

Centrum Media & Gezondheid Samen met   VeiligheidNL Rutgers Nederlandse Federatie Stotteren Longfonds Kenniscentrum Sport